
Dit is Wilco, 53 jaar, getrouwd, vader van twee tienerdochters en bij de NAS werkzaam als ambulant woonbegeleider van een hele specifieke doelgroep: voormalig Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (zogenaamde AMV’s). Dat zijn vluchtelingen die als minderjarige in Nederland asiel hebben aangevraagd. Tot hun 18e wonen ze óf bij pleegouders óf in groepswoningen onder begeleiding.
Deelwoningen
Voor hun eerste volwassen levensfase zijn er in Rotterdam diverse deelwoningen waar ze (meestal met z’n drieën) zelfstandig in samenwonen. ‘Vanuit de NAS begeleiden we in deze deelwoningen de jongeren bij de zelfstandigheid zoals het huishouden doen, samenwonen, maar vooral ook in het vertalen van alle mails en brieven die ze van zoveel verschillende instanties ontvangen’, vertelt Wilco.
Terwijl de jongeren bezig zijn de Nederlandse taal te leren en in te burgeren via een zo passend mogelijke scholingsroute, worden ze bij dit zelfstandig wonen geconfronteerd met allerlei mogelijke keuzes en eisen van verschillende instanties, waarvan ze het bestaan helemaal niet afweten. ‘We leren ze vaak nog hoe ze een brief moeten posten, terwijl we ondertussen bij de belastingdienst omzetbelasting aangifte doen, omdat ze misschien een tijd geleden van iemand hadden begrepen dat ze zich moesten inschrijven als ZZP’er bij de KVK. Maar was dat nou handig?’, zegt Wilco. ‘Welk bijbaantje past het beste naast de inburgering? Hoeveel geld hou je per maand over en hoeveel stuur je daarvan naar je familie? Dat soort vragen lopen in het begin van onze begeleiding vaak de hele tijd door elkaar heen.’
Werken bij de NAS
‘De NAS is voor mij een super laagdrempelige, gedreven club mensen die naast de meest kwetsbare mensen gaan staan om hun problemen aan te pakken. Rotterdamse daden door doeners met een heel groot hart’, vertelt Wilco. ‘Ik ben bij de NAS terecht gekomen, omdat ik de doelgroep waar ik zo graag voor werk, ben gevolgd. Hun ‘portefeuille’ is in korte tijd via twee andere aanbieders bij de NAS terecht gekomen. Zij hebben weinig vragen gesteld en zijn het werk gewoon gaan doen. Toen ik enkele maanden daarna solliciteerde waren ze heel blij dat ik, als tweede collega met ervaring, het team wilde komen versterken. Ik zag dat het bestaande jongerenteam gewoon alles uit de kast aan het halen was om deze AMV’s al zoveel mogelijk te geven wat ze nodig hebben. Echt, het hele team werkte overuren om alle cliënt-afspraken te kunnen doen!’.
Rust in tijden van stress
Bij een heel aantal cliënten heeft Wilco mogen ervaren hoeveel rust het ze biedt als ze weten dat ze er niet alleen voor staan. Hun familie is vaak in het land van herkomst (of leeft in vluchtelingenkampen in de regio) en heeft geen idee hoeveel er van hun kind gevraagd wordt in de Nederlandse, vaak complexe maatschappij. Zij leggen (onbewust) een hoge druk op hun kind door geld te vragen. Ook blijven ze vragen wanneer zij hun kind kunnen nareizen. In Nederland bestaat hun netwerk voornamelijk uit lotgenoten met wie ze samenleven of naar school gaan. Er is niemand die echt goed weet wat de regels zijn of die dat rustig met ze gaat uitzoeken. ‘Rust kan ik brengen. Het geduld dat mij gegeven is heeft vaak zijn uitwerking op de jongeren die met een hoog stressniveau te maken hebben’, zegt Wilco. ‘Ik breng eerst met hen de begroting op orde. Ik breng ze rust en duidelijkheid van betalingsregelingen. Dan volgt die van het dag- en nachtritme en misschien zelfs wat ontspanning of een gezondere levensstijl. Het lukt niet altijd. Ze zijn jong, hebben bevliegingen of gaan eindelijk puberen wat ze tijdens hun vlucht hebben moeten overslaan. Maar ik herinner ze wekelijks aan de stapjes die ze kunnen zetten om meer rust en regelmaat in hun levens te krijgen. Waar dat lukt is dat heel dankbaar!’.
Toekomstperspectief
‘Over vijf jaar hoop ik nog steeds hetzelfde te doen. Deze bijdrage in de levens van deze jongeren is essentieel voor hun welzijn. Zolang deze jongeren naar ons land blijven vluchten en de (lokale) politiek het mogelijk houdt om ze tenminste dit stukje levenskwaliteit te bieden dat ze nu ontvangen, wil ik daarbij naast ze staan’, zegt Wilco.
‘Ik vrees dat het minder wordt, het zal er over vijf jaar zeker niet hetzelfde uitzien. Ik zal moeten blijven afwegen welke mate van begeleiding er voor deze doelgroep is en of ik als professional daarin overeind kan blijven staan of dat het ons onmogelijk wordt gemaakt. Tegelijk wil ik ook over 5 jaar nog steeds die schakel zijn tussen ons team en de instanties waar de jongeren direct mee te maken hebben om de processen in de samenwerking zo soepel mogelijk te laten verlopen, want dat lukt nu goed’.


